HvJ - deel 1
Home Up

 

 

De Haard van Jacobus

Deel 1: Johannes Baptist Kuijlaars en Maria Verhoeven

Breda rond 1850

Klik hier voor het alfabetisch register.

1.        Het huwelijk

            Vanaf de Napoleontische tijd wordt door de burgerlijke stand een verplicht standaardformulier gebruikt voor de huwelijksakte waardoor een nieuwe leefhaard wordt erkend. Vanaf dit punt kunnen we verder zoeken naar andere bronnen over mensen waarover niemand meer praat.

            Op 16 juli 1836 trad Johannes Baptist Kuijlaars uit Breda, oud 29 jaar, in het huwelijk met Maria Verhoeven uit Oosterhout, oud 37 jaar. Johannes Baptist was op een na de jongste uit een tuindersgezin, waarvan de vader Peeter Kuijlaars in Breda opgroeide en de inmiddels overleden moeder Johanna van Eijl uit Chaam kwam. Hij is op 3 mei 1807 gedoopt in de RK Waterstraatkerk in het centrum van Breda. Hij kwam uit een gezin waarin alle kinderen, de jongens en de meisjes, naar school zijn gegaan. Over zijn jeugd staat in de huwelijksakte alleen wie zijn ouders waren en dat hij zijn dienstplicht heeft vervuld en nu mag gaan trouwen.

 Maria is op 16 juli 1799 te Oosterhout gedoopt en was bij het trouwen 37 jaar. Haar vader is drie maal getrouwd geweest en leefde niet meer bij haar huwelijk. Ze kon haar handtekening niet schrijven dus ze was niet op school geweest. Ze woonde al voor het huwelijk  in Breda en werkte in een winkel. Er is mij geen correspondentie van of over dit echtpaar bekend waaruit hun roepnaam blijkt (en dat kan veel verschil uitmaken in Breda met een franstalige en een brabantse taalgrens).

2.        Het gezin

Het oudste kind Petrus Johannes, Pieter, is geboren op 12 juni 1836; hij was nog geen 13 jaar toen zijn vader stierf. Hij is zeker naar school gegaan en is later drukker geworden, waarschijnlijk door opleiding in het bedrijf wat toen de gebruikelijke beroepsscholing was.

            Bij de geboorteaangifte is in het formulier nog geen adres gevraagd, maar wel het beroep van de twee verplichte aangevers. De vader geeft als beroep dagloner op.

Het tweede kind Johannes Cornelis is geboren op 19 jan 1839 en is aan een kinderziekte overleden voor de tweede verjaardag. Bij de geboorte is de vader tapper.

Bij de geboorte van het derde kind op 17 febr.1840 krijgt de jongen de naam van het pas overleden broertje. Hoe lang deze Johan nog thuis gewoond heeft is niet bekend; hij is in het onderwijs gegaan en verhuisd naar Tiel. Bij deze derde geboorte wordt in het nieuwe aangifteformulier ook het woonadres gevraagd. De vishandel heeft adres Wijk C 37.

Op 16 juli 1841 wordt de geboorte van Adrianus Johannes aangegeven door de vishandelaar Kuijlaars. De oude adresnummers worden van nu af aangevuld met straatnamen die nog niet gestandaardiseerd zijn. Via Brugstraat hoek Haven Wijk 37 ontstaat geleidelijk de straatnummering Tolbrugstraat 37. Door deze duidelijke omschrijving konden we de straat en het huis opzoeken op de plattegrond van Breda maar het huisnummer klopte niet, er waren drie hoekpanden als kandidaat. Via een concordans op wijziging van adressering vonden we een even nummer, een hoog winkelpand waarin een café gevestigd was, op de hoek met de Haven. Maar dit vierde kind, de kleine Janus, heeft niet lang mogen leven en stierf op 11 jan 1846, nog geen 5 jaar oud. Wel moest de vader toen een memorie van successie ondertekenen voor de rechtbank, omdat het kind mogelijk erfgenaam was geweest van een deel van het bezit; het blijkt dat het woonhuis vrij van schuld op naam stond van het echtpaar.

Op 25 april 1843 wordt de jongste zoon geboren, Cornelis Franciscus, Kees, die later bewust heeft gekozen voor het koopmanschap als beroep. Hij is zijn eigen zaak als commissionair begonnen in het huis van zijn moeder; met 26 jaar is hij verhuisd in 1867.

            Op 27 juli 1849 melden twee buren middenstanders de dood van Johannes Baptist, volgens de familie traditie overleden aan de pest, mogelijk de cholera die in die tijd vaak slachtoffers maakte.  Voor de weduwe en haar drie kinderen is gelijkluidende memorie van successie opgemaakt inzake de woning zonder schulden. Van dit overlijden is een bidprentje bewaard gebleven van ongebruikelijk papier. Het zal wel gemaakt zijn in de drukkerij Hermans waar Pieter later is gaan werken.

Na de dood van de vader in 1849 moet er in het gezin van de weduwe veel armoe geweest zijn zoals is verteld in het gezin van Kees. Vanaf dat jaar zijn er nog kinderen thuis geweest tot 1867. De handel in dranken en vis op naam van de Wed. J.B.Kuijlaars bleef ingeschreven in het officiële adresboek van Breda tot 1881. Daarna is ze zelf verhuisd.

Op 15 nov 1887 overlijdt de weduwe in het huis van haar jongste zoon, en kort daarna heeft Kees het pand aan de Tolburgstraat hoek Haven verkocht. Daarmee is het eind gekomen aan het tijdperk van De Haard van Johannes Baptist Kuijlaars en Maria Verhoeven. Van Maria Verhoeven is een portretfoto bewaard gebleven van de Bredase fotograaf  P. Faberij de Jonge, geschat rond 1860.

3.        De sociaal-historische omgeving

Bovenstaande gezinssituatie is een illustratie van het sociale leven in die tijd. De Napoleontische tijd is nog dichtbij; de ouders zijn geboren in een tijd dat de Franse taal verplicht was voor de officiële documenten zoals de volkstelling van 1812, de Registre Civique, waarin alle voornamen van de mogelijk weerbare mannen niet verlatijnst zijn zoals in de doopregisters maar verfranst.

Het Breda van die tijd was een echt stadje, maar zouden we nu een dorp noemen met tussen de 5000 en 10000 inwoners, een vestingstad zoals bijvoorbeeld Nijmegen, dus met muren en een verbod om de stad uit te breiden buiten de muren.  De Veste was een aarden wal die tot boven de huizen reikte zodat alleen de kerktoren er bovenuit stak. De stad lag langs de Mark, belangrijk als vervoersweg maar vooral wegens de verbinding naar de Zeeuwse wateren. Zoals Oosterhout in de middeleeuwen tot een exporteur van aardewerk tot in Italië kon uitgroeien door de aanleg van de haven richting Mark, zo had ook Breda een haven aan de westkant richting Mark. Binnen de vesting liepen twee hoofdwegen noord-zuid van het kasteel( van  Nassau) naar de Ginnekenpoort. Oostwest liep de Brugstraat, die in het westen een poort had voor de brug over de haven richting Princenhage. 

De eerste Kuijlaars in Breda was Johannes uit Hasselt, een schipper; zijn zoon Johannes heeft zich in Breda gevestigd als visser en is daar na verdrinking samen met een zoon in de Haven aan land gebracht op 5 februari 1822.

Op de hoek Tolbrugstraat-Haven, rechts met zicht op de poort met tolbrug hebben Jan Baptist en Maria Verhoeven samen de tapperij gekocht met mogelijk een aardige aanloop door de visafslag.  Wie van de twee het geld ingebracht heeft is nog onbekend, maar hopelijk kunnen we ooit nog via het pondregister en/of het kantoor van de hypotheekbewaarder achterhalen wie de vorige eigenaars geweest zijn en de koop en verkoopprijzen 61 jaar later terugvinden.

            De poort is gesloopt en rond 1950 is de haven gedempt maar het pand staat nog. Breda heeft een vereniging voor archeologie, en mogelijk is daar iets bekend over de geschiedenis van het pand.  De ligging is nog altijd gunstig, zeker als de plannen doorgaan voor het opnieuw uitgraven van de haven. Ik kreeg deze week van de fotograaf een foto van het pand in najaar 2000.

            In de 18de eeuw is na de splitsing tussen Noord- en Zuid-Nederland voor Breda de toewijzing van de KMA van groot belang geweest voor diversificatie van werkgelegenheid en stijging van algemene welvaart. De gevolgen hiervan zijn vooral in de volgende generatie merkbaar. Voor mij blijft voorlopig de grootste vraag: welke school hebben de jongste kinderen van Johannes Baptist kunnen volgen en hoe is Johan aan de HBS te Tiel gekomen?

            Interessant is de positie van de vrouw: tientallen jaren heeft de weduwe J.B.Kuijlaars op de adreslijst gestaan van de entrepreneurs en werkgevers van die tijd; jammer genoeg hebben we van haar wel een statieportret maar niet van haar echtgenoot. Ik hoop dat we bij de militiekaarten in Breda de kaarten van Johannes Baptist en zijn broer Petrus nog kunnen terugvinden met persoonlijke gegevens zoals een keuringsrapport.

Bijlagen

Bijlage 1:    De lijst van voorouders van Cormelis Franciscus Kuijlaars, geboren 25-04-1843. In deze kwartierstaat zijn de voorouders vermeld voorzover nu bekend. Er is nog geen bron gevonden voor de doop van Peeter Kuijlaars en wie zijn moeder was.

Bijlage 2:    De lijst van nakomelingen van Johannes Baptist Kuijlaars, geboren 03-05-1807 te Breda. In deze parenteel zijn de gegevens uit Breda voor 1920 afkomstig uit officiële openbare archieven. Na die tijd en buiten Breda zijn de gegevens via anderen doorgegeven en hiervan heb ik meestal geen officiële documenten. Veel lacunes zijn bekend maar het is beter om af te wachten tot belanghebbenden toestemming geven tot opname in het HVJ-computerbestand. De nummers tussen vierkante haken achter een naam zijn de HVJ persoonsnummers.

Bijlage 3:    Het bidprentje van Johannes Baptist.

Het materiaal is bijzonder: De binnenkant is wit papier met een standaard tekst; de zwarte bovenkant lijkt op de omslag van een kerkboek uit die tijd, kunstleer met de letters goud op snee. Het blokje onderaan zijn troostende bijbelteksten en een citaat van Ste Cath. de Sienne, samen ongeveer 650 lettertekens op 5,5 x 5,5 cm die ik met grote moeite heb ontcijferd. Maar op de scanner blijkt het bij vergroting onder de bijzondere lichtinval nog leesbaar.De boventekst luidt:

GEDENK IN UWE GEBEDEN

DE ZIEL VAN ZALIGER

JOANNES BAPTIST KUIJLAARS

GEBOREN TE BREDA, DEN 4 MEI 1804

EN ALDAAR OVERLDEN, DEN 7 JULI 1849

TER AARDE BESTELD OP DE BEGRAAFPLAATS

DER CATHOLIEKEN (ZUILEN) DAAGS DAAROP VOLGENDE.

Bijlage 3:    Portretfoto van Maria Verhoeven. 

Deze opname is een digitale verkleining van de veel grotere portretfoto die bij ons thuis aan de muur gehangen heeft, waarschijnlijk vanaf het overlijden van opa in 1932 De foto zal tussen 1860 en 1870 gemaakt zijn door de fotograaf P. Faberij de Jonge in Breda. 

Nawoord

De gegevens van dit artikel zijn ontleend aan het boek in wording “de Haard van Jacobus”, afgekort HVJ. Hierin is verwerkt de stamboom van mijn vader Frans Kuijlaars en die van zijn broer Jo voorzover ze via Do Lantain bij mij bekend zijn. Naast eigen onderzoek van het afgelopen jaar is er aansluiting gevonden met grote onderzoeken van anderen, zoals over de familie Drath in Duitsland, Oomen, Verschure, Janse, Van de Voort. Dit waren veelal de vindplaatsen van de bronnen die zijn vermeld en van bidprentjes, foto’s en ander materiaal.

Alle reacties zijn welkom: stuur ze naar cees@kuijlaars.com