HvJ - deel 4 bijlage
Home Up

 

De Haard van Jacobus

Bijlage bij deel 4: Peeter Kuijlaars en Joanna van Eijl

De zoektocht naar de Rotterdamse sigarenmakers

uit Breda in de 2e helft 19e eeuw

Deze bijlage gaat over onze zoektocht naar Dingeman Hendersen, de bruidegom van Johanna Kuijlaars, op 29 september 1859 te Breda. De bruid was de dochter van Pieter Kuijlaars en Christiana van der Muren. De bruidegom kwam uit Rotterdam, was sigarenmaker en in Breda kwam hij niet voor in de geboorteregisters van 1836.

Voor de grote stad Rotterdam konden we nog niet via de computer zoeken in de burgerlijke stand van de 19e eeuw, maar werden we verwezen naar met de hand verwerkte registers op naam voor de hele eeuw. We hebben toen gegokt op de zeldzame naam Kuijlaars om snel de mogelijkheden in te perken. In de geboorteregisters van Rotterdam met alle latere deelgemeenten kwam Kuijlaars niet voor. In de trouwregisters twee keer en dat bleken de twee zusjes Johanna en Cornelia uit Breda. De twee zusjes Kuijlaars uit Breda bleken getrouwd met twee broers Hendersen, ook uit Breda. Johanna had na de geboorte van twee kinderen haar echtgenoot door overlijden in 1867 verloren en was in 1869 hertrouwd met de Vlissingse tabakswerker A. van Luin van haar eigen leeftijd, die zelf ook al weduwnaar was geworden. Haar jongere zus Cornelia was in 1866 getrouwd met Johannes Hendersen.

Nog een verrassing was een andere Kuijlaars uit Breda: Hendrika uit 1848, dochter van de tapijtwerker Henricus , zoon van de visser Johannes Kuijlaars. Deze Hendrika was in 1917 overleden te Tilburg en werd in Rotterdam begraven. In deze akte van begraven bleek dat zij getrouwd was geweest met Johannes de Leeuw, in Breda geboren in 1845. In Breda hebben we toen naast de trouwakte ook het beroep van zijn vader bij de geboorteaangifte gevonden; de vader was sigarenmaker.

Deze akten noemen het beroep van sigarenmaker in de steden Breda en Rotterdam. Het is een net beroep, geschikt voor thuiswerk, met stukloon, maar wel een onzeker inkomen: de reiziger komt langs als de tabak gekocht kan worden en als hij opdrachten heeft voor de levering van de sigaren. Meestal zijn er meer sigarenmakers beschikbaar dan gevraagd wordt, dus het is een gunst wie het werk krijgt en de productiekosten worden zo laag mogelijk gehouden. De tabak komt niet alleen uit de warme landen, maar kan ook in Nederland geteeld worden. Meestal in kleine landbouwbedrijven, als bijproduct voor de vrouwen en de kinderen. De handel loopt via tussenpersonen, vanaf de tabaksteelt, via transport naar groothandel en dan via tabaksverwerking naar verpakking en verkoopkanalen.

Rond 1860 komt de trek op gang naar de grote havensteden. Voor Rotterdam zijn de provincies Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant de voornaamste arbeidsreservoirs voor de internationale handel ten gevolge van de Industrialisatie. Uit Breda kennen we de sociale problemen van arbeid, huisvesting en milieu. De trek naar Rotterdam leek een oplossing, maar uit de akten blijkt ook daar een hard leven. Voor het leven van onze voorouders is ook voor Rotterdam al veel opgeschreven.

In Rotterdam hebben we eerst het huwelijk van Cornelia gevonden. Ze trouwt 6 jaar na het huwelijk van haar oudere zus in Rotterdam met een jongere broer van haar zwager. Ook hij is sigarenmaker geworden in Rotterdam. Bij het huwelijk is geen familie aanwezig. Op zaterdag 10 oktober 1866 worden 26 echtparen stuk voor stuk in het stadhuis ontvangen. Getuigen zijn een paar aanwezige ambtenaren en wat passanten van de straat. Waar ze gewoond hebben konden we nog niet opzoeken. Wel vonden we de geboorte van een dochtertje Catharina op 17 januari 1868. De vroedvrouw van een kraamhuis aan de Goudse Singel doet de geboorteaangifte.

Het tweede huwelijk betreft haar oudere zus Johanna. Zij heeft in haar huwelijk met Dingeman twee kinderen gekregen in Rotterdam: Maria Catharina en Dingena Anna. Een jaar later komt Dingeman in 1867 te overlijden. Johanna vindt in de kring van de sigarenmakers de wat oudere weduwnaar Abraham van Luin bereid om de plaats van Dingeman over te nemen. Ze trouwen in 1869. In 1873 wordt hun zoon Petrus van Luin geboren.

Door de samenvoeging van alle jaar- en 10-jaar registers tot een alfabetisch eeuwregister is het onderzoek nog niet voltooid. Zijn er nog meer kinderen geboren, wanneer zijn onze Rotterdammers overleden en wat is bekend over mogelijke huwelijken?

Terug in Breda is het onderzoek naar Hendersen hervat. De grootvader van Dingeman is in de Franse tijd in het leger geweest en was in Amiens gelegerd, waar zijn vriendin Maria Kaatser bij hem is gekomen en hun zoon Pieter Jan Adriaan geboren is rond 1814. De vader is na zijn diensttijd door de gemeente Breda in dienst genomen, als stratenmaker, ordebewaker en ten slotte als klokkenluider.

Zijn zoon die zich Janus noemde is getrouwd met een visverkoopster die later in Rotterdam nog aanwezig is geweest bij het tweede huwelijk van haar dochter Johanna.

Hun eerste kind is bij geboorte op naam van de moeder ingeschreven en pas later in het huwelijk erkend; vandaar dat Dingeman eerst niet gevonden werd in het geboorteregister.

Zijn zus Maria Hendersen heeft eerst thuis nog al wat problemen veroorzaakt door haar buitenechtelijke dochter uit 1863, maar trouwt later in Breda met een broer van de in Breda bekende steenhouwer Jacobus Frishert die schoonvader wordt van een dochter van Henricus Kuijlaars.

Klik hier voor het parenteel van Frans Hendersen en Hendrikus Frishert uit Maastricht. De namenlijst bij deze bijlage is verwerkt in het alfabetisch register van deel 4.