HvJ - deel 5
Home Up

 

 

De Haard van Jacobus

Deel 5: Petrus Johannes Kuijlaars en Adriana Cornelia Hermans

Breda na 1850

Inleiding

Van de periode na 1850 denken we dat de ouderen onder ons zich nog verhalen herinneren over hun grootouders, ooms en tantes en over hun buurt. Wij zullen doorgaan met het genealogische onderzoek in de archieven, maar we zouden graag wat meer bijdragen van onze lezers willen ontvangen over het leven van gestorven verwanten. Er zijn veel brieven briefkaarten en portretten bewaard gebleven wat we van elkaar niet weten. Wie heeft bijvoorbeeld nog een foto of brief van Adrianus Kuijlaars die na 1920 naar Nederlands Indië is vertrokken en rond 1950 te Muntok op Sumatra begraven door twee eigen kinderen? Door verhuizingen weten sommige familieleden bijna niets van de andere familieleden.

In de vorige delen zagen we van vader op zoon eerst de grootvader in 1765 als immigrant trouwen met een boerendochter uit Teteringen, om vervolgens een hoveniersbedrijf te beginnen aan de stadsrand van Breda. Zijn kleinzoon Jean Baptist groeide in 1807 op in het hoveniersbedrijf van zijn vader, maar koopt zelf in 1836 een café langs de haven van Breda om daarin voor zichzelf een vishandel op te zetten. De kinderen van Jean Baptist zijn van jongs af aan opgegroeid in de binnenstad van Breda. De oudste zoon Pieter kiest in 1850 als leerling letterzetter zijn toekomst in de boekhandel.

Er is ook weer een afstammingslijst en een alfabetisch register.

Pieter Kuijlaars als drukker

In de tentoonstellingscatalogus over de Bredase drukkers en uitgeverijen (een uitgave van het stedelijk en bisschoppelijk museum samen uit 1984), heeft de historicus M.A.Kok een alinea besteed aan het kleine fonds Gulick-Hermans waarin P. Kuijlaars korte tijd betrokken was. J. Hermans sr. kwam rond 1800 vanuit Bergen op Zoom naar Breda, waar hij in de drukkerij van F.B.Hollingérus Pijpers werd opgeleid. De nog in Bergen op Zoom geboren zoon van hem (J.Hermans jr.) is in hetzelfde bedrijf opgegroeid en leerde daar J. Van Gulick kennen. Samen hebben ze in 1829 als compagnons een eigen uitgeverij opgezet aan het Kasteelplein van Breda. 

De onderzoeker M.A. Kok heeft geen bedrijfsgeschiedenis van dit bedrijf geschreven en in Breda heb ik geen bronnen en aantekeningen kunnen vinden van zijn onderzoek of een adres van een latere verblijfplaats. Aan de catalogus en archiefaantekeningen van de Burgerlijke Stand ontlenen we het volgende. Het schijnt dat Van Gulick de hoofdpersoon geweest is in de uitgeverij, met name in het binnenhalen van opdrachten en van auteurs. Na diens overlijden in 1859 worden bijna geen nieuwe titels meer gedrukt in het uitgeversfonds. Johannes Hermans heeft de zaak als drukker voortgezet in 1859. 

In februari 1861 was de oudste dochter van Hermans gehuwd met Pieter Kuijlaars, die in het bedrijf opgeleid was als letterzetter en later drukker. Na dit huwelijk heeft J.Hermans Pieter opgenomen als compagnon en als financieel partner in het bedrijf. Als in 1863 J.Hermans overlijdt blijft Pieter alleen over met de broers van zijn echtgenote. Volgens M.A.Kok konden de compagnons niet met elkaar overweg inzake de financiering van uitgaven. 

Pieter is in 1967 voor zichzelf een boekhandel begonnen aan de Veemarkt 194. Wel blijkt uit het adresboek van Breda dat vanaf 1870 om de 2 jaar werd uitgegeven, dat P.Kuijlaars, boekdrukker, aan de Veemarkt gevestigd was. Dit bedrijf heeft in 1878 het adres Potkanstraatje C 283 bis, 3 jaar later in 1881 Gasstraat C 370 waar P.Kuijlaars inwoont bij P.Oomes. In 1883 is P.Kuijlaars courantendrukker aan de Haven C 283 bis. In 1885 is het adres gebleven maar zonder vermelding als stemgerechtigde; dit is het jaar van zijn overlijden. In 1887 is de wed.P.Kuijlaars weer boekdrukker aan de Haven C 283 bis. In 1891 is de wed. P.Kuijlaars verhuisd naar de Middenlaan 565 bis, in 1895 naar de Nijverheidssingel C 500, in 1900 naar de Nijverheidssingel 48. De adressen vanaf 1891 kunnen ook van een andere wed. Petrus Kuijlaars zijn. Uit bovenstaande gegevens blijkt niet duidelijk of in 1863 de drukkerij J.Hermans is overgegaan naar de drukkerij P.Kuijlaars en of de crisis in 1867 het einde betekende van de uitgeverij, maar niet van de drukkerij. Pieter zou dan voor zichzelf de uitgeverij hebben voortgezet als boekhandel en de drukkerij overgelaten aan zijn echtgenote. Volgens deze aantekeningen zou de drukkerij P.Kuijlaars dus tot 1887 bestaan hebben. Er is geen zoon van Pieter opvolger geworden in het bedrijf en M.A.Kok eindigt zijn alinea over het uitgeversfonds Gulick-Hermans al in 1867.

Over de uitgaven van het fonds is weinig vermeld in de catalogus. Genoemd worden dat er veel van plaatselijk belang geweest is zoals dertig jaar lang de Opregte Bredase Almanak en schoolboeken, muziekuitgaven (voor de kapel van de KMA) en veel katholieke stichtelijke literatuur. Er zijn ook grotere titels uitgegeven zoals de Briefwisseling tussen W.Bilderdijk en Jan J.F. Wap; en Van der Aa: Aardrijkskundig Woordenboek van Noord-Brabant.

De vestiging aan het Kasteelplein is waarschijnlijk onder de slopershamer gevallen voor de nieuwbouw van de KMA. De winkel aan de Veemarkt en de vestiging van de krantendrukkerij aan de haven zijn misschien nog de lokaliseren in het oude centrum van Breda. Mevr. Jeanny Lantain heeft ergens op een tentoonstelling of in een museum een oude drukpers zien staan met daarop een koperen naamplaatje van P.Kuijlaars. Ik ben er nog niet in geslaagd om dit industriële monument te lokaliseren, maar een foto ervan zal welkom zijn voor dit Internet-tijdschrift.

Het gezin van Pieter en Adriana

In de huwelijksakte van 6 februari 1861 staat dat gehuwd zijn: Petrus Johannes Kuijlaars, boekdrukker, op 12 juni 1836 geboren als zoon van Johannes Baptist Kuijlaars, overleden, en Maria Verhoeven en anderzijds: Adriana Cornelis Hermans, geboren op 1 maart 1835 als dochter van Johannes Hermans, boekdrukker en Anna Moonen.

Pieter Kuijlaars was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Breda en stond in het adresboek van Breda vanaf 1870 tot zijn dood in 1885 vermeld als boekdrukker. Wij hebben geen akten over hem als uitgever. Zijn dood op 49 jarige leeftijd (wegens keelkanker op de overlijdensaangifte) kan wel voorafgegaan zijn door een langdurig ziekteproces. Bij zijn dood waren de drie oudste kinderen tussen 19 en 24 jaar oud en de drie jongsten tussen 11 en 17 jaar. Na de dood van Pieter heeft zijn vrouw Adriana het werk zeker 2 jaar en mogelijk tot 1895 nog voortgezet onder de naam Wed.P.Kuijlaars.

Het echtpaar heeft een baby na 13 maanden verloren en 6 kinderen grootgebracht. Bij de geboorteaangifte valt op dat vaak een ander adres wordt opgegeven. We hebben die oude wijknummers nog niet uitgezocht in de latere straatnummering maar we kregen de indruk dat het verhuizen kan wijzen op een klein inkomen, zeker als de vader al langere tijd ziek geweest is.

Alleen de twee oudste zonen zijn als letterzetter werkzaam geweest. Hubertus wijt later voor de rechtbank zijn werkeloosheid aan gebrek aan scholing, doordat hij nooit een kans had gehad om een vak te leren (zijn verdediging na aanklacht wegens landloperij en bedelarij). Cornelis en Leonardus zijn bakkersknecht geworden en van Anna zijn geen officiële akten gevonden met vermelding van een beroep.

De kinderen

In 1861 is Johannes Baptist Kuijlaars geboren. Deze oudste zoon noemt zich letterzetter van beroep bij het huwelijk in 1897. Hij is dan al 36 jaar. Hij is geen 43 jaar geworden. In 1897 trouwt hij met de negen jaar jongere Maria Johanna van Dongen, de 27 jarige dochter van een borstelmaker uit Den Bosch die verhuist is naar Breda. Bij het huwelijk is geen familie van de bruidegom aanwezig maar wel de oom van de bruid die nadrukkelijk wordt genoemd als gepensioneerd marechaussee.Getuigen zijn alleen een paar vrienden. Het valt op dat geen familieleden van de bruidegom als getuigen optreden. Na het huwelijk trekt hij naar Den Bosch in hetzelfde jaar als zijn jongere broer Adrianus Breda verlaat.

De twee eerste kinderen worden geboren in Den Bosch, waar hun eerste kind na zes maanden is overleden. Voor de geboorte van hun derde kind zijn ze terug in Breda; bij de overlijdensaangifte van dit meisje na 9 maanden zit de vader werkeloos thuis. Het derde kindje sterft na 9 maanden, vader is werkeloos tijdens de geboorte. De geboorte van het 5e kind wordt door de vroedvrouw aangegeven omdat de vader thuis ziek op bed ligt; dit kindje leeft 1 maand. Het 6e kind komt een maand voor de dood van de vader ter wereld en sterft 3 maanden na de vader in 1904. De weduwe blijft na 7 jaar huwelijk en 6 geboorten achter met twee dochtertjes Anna en Cornelia waarvan wij later hun huwelijksakte gevonden hebben.

De tweede zoon Antonius Johannes Cornelis Kuijlaars uit 1862 is na 14 maanden het overlijden gemeld.

In 1864 wordt Anna Cornelis Johanna Maria Kuijlaars geboren. Anna heeft waarschijnlijk een turbulent leven gehad.

In 1891 doet de stadsvroedvrouw aangifte van de geboorte van haar zoontje Andreas; zij was toen 27 jaar en werkte waarschijnlijk in het café van de verwekker van haar kind. Volgens een geschreven kanttekening naast de geboorteakte erkende Andreas van Berkom zijn vaderschap door acceptatie van de doopnaam Andries; het kind zou door huwelijk wettelijk erkend worden. Deze kanttekening is niet geparafeerd en later doorgehaald. Op zoek naar de vader vonden we drie jaar later in november 1894 zijn huwelijk met een andere vrouw zonder enige aantekening over eerdere erkenning van het kind van Anna. Dit kind sterft jong, net 3 jaar oud. Dit overlijden op 1 november 1894 wordt aangegeven door Hubertus Kuijlaars, oom van het kind en jongere broer van de moeder. Een week later op 8 november 1894 wordt te Breda het huwelijk voltrokken tussen Andries van Berkom en Catharina Frederika van Achterberg.

Vijf jaar later in 1899 vraagt Johannes Arnoldus van Dongen de 8 jaar oudere Anna ten huwelijk en bij dit huwelijk wordt een voorkind van Anna, de 10 jarige Joseph die in 1889 in Mechelen geboren was als Joseph Kuijlaars, door Johannes erkend en naar Breda overgeschreven in de burgelijke stand als Joseph Antoine van Dongen. Johannes van Dongen is de broer van Anna’s schoonzuster Maria van Dongen. Johannes is borstelmaker van beroep en werkt in het familiebedrijf van borstelmakers van zijn vader. Bij dit huwelijk in 1899 is onder de getuigen maar één familielid aanwezig, Leonardus Kuijlaars, de jongste broer van de bruid. In 1901 krijgt het echtpaar een eigen zoontje, Johannes van Dongen.

Anna is in 1910 overleden, geen 46 jaar oud.

Cornelis Franciscus Aloysius Kuijlaars is in 1866 geboren. Hij heeft een tijd als bakkersknecht in Made-Drimmelen gewerkt maar is zeker bakker te Breda bij de geboorteaangifte van zijn zoontje Johannes in 1911. Cornelis is in 1908 gehuwd met Johanna Maria van Dongen, de zus van bovengenoemde Maria Johanna van Dongen en Johannes van Dongen.

De huwelijksakte 24 augustus 1908 is van na 1905 en toont een herstel van de relatie tussen de kinderen en de familie van hun ouders. Voor de bruidegom is Johannes Petrus Hermans getuige als broer van zijn moeder, en voor de bruid haar oom Adriaan van den Meerendonk uit Den Bosch en haar broer Johannes van Dongen, de borstelmaker en tegelijk zijn zwager. Drie jaar na de geboorte van hun zoon Jan sterft de vader op 48 jarige leeftijd.

Van Adrianus Cornelis Aloysius Kuijlaars, geboren in 1868 is bekend in Breda dat hij letterzetter en drukker is geworden We weten niet of hij in het ouderlijk bedrijf gewerkt heeft en waarom hij Breda verlaten heeft in 1896. Was dit wegens sluiting van het bedrijf? Zijn oom C.F. Kuijlaars was zijn peetvader, en deze familierelatie is na zijn dood in 1932 nog doorgegeven naar zijn oudste zoon J.A.Kuijlaars. Er is weinig bekend over Adrianus en zijn kinderen. Wij hopen aanvullend archiefonderzoek te kunnen doen. Rond 1905 was Adrianus betrokken in het familieoverleg met zijn ooms na de dood van zijn oudste broer Jan en een jaar later van zijn moeder Adriana zoals blijkt uit correspondentie uit 1952

Hubertus Cornelius Aloysius Kuijlaars is in 1870 geboren en in 1940 op 69 jarige leeftijd te Breda overleden. Ook zijn levensloop is turbulent geweest. Door procesverslagen van de rechtbank in Breda van 1908 weten we dat hij een aantal keren is voorgeleid als “landloper”, dus zwerver, dakloos, een smet voor de geordende maatschappij. De rechter verwijst naar de nette burgerij in een verzuchting: weet U wel wat dit betekent voor uw moeder, de weduwe P.Kuijlaars. Huib kan geen spijt betuigen omdat hij zijn toestand ziet als een machteloze situatie van werkeloosheid zonder uitzicht op een kans van werk. Hij vraagt opname in Veenhuizen om daar voedsel en onderdak te krijgen maar vooral scholing voor werk zodat hij voor zichzelf kan zorgen. Dit verzoek wordt ingewilligd. We hebben hem hierboven in 1894 aangetroffen bij de overlijdensaangifte van zijn neefje Andreas, het kind van zijn zus Anna. Onlangs vonden we zijn overlijdensdatum in 1940, zonder vermelding van een huwelijksverbintenis, dus hij is zeker ongehuwd gebleven. Was zijn vader vroeger een idealist met zwakke gezondheid maar wel een denker die heel impulsief kon zijn en is dat ook bij Huib gebeurd?

De jongste zoon Leonardus Johannes Aloysius Kuijlaars geboren in 1874 noemt zich winkelbediende in de huwelijksakte van 1906. In dat jaar trouwt hij met zijn schoonzus de weduwe Maria Johanna van Dongen, 36 jaar oud, met haar twee dochtertjes. Een jaar daarvoor is zijn moeder Adriana Hermans overleden op 70 jarige leeftijd. We zien bij dit huwelijk in 1906 als getuigen van de bruidegom zijn broer Cornelis van 37 jaar die in Drimmelen woont en zijn oom Johannes Petrus Hermans, letterzetter, voor de bruid getuigt Arnoldus Johannes van Dongen, borstelmaker en een onbekende. De familie van zijn moeder is er dus bij. Leonardus is zeker ook bakkersknecht geweest. Uit een bewaarde verhuiskaart van na 1924 weten we dat de ouders de twee dochters van Johannes Baptist tot het trouwen in 1922 en 1924 thuis gehouden hebben.

Adriana Cornelia Hermans, weduwe van Pieter Kuijlaars, overlijdt in 1905.

Uit brieven van 1952 blijkt dat rond de tijd van haar overlijden haar zwager Cornelis Franciscus Kuijlaars aan huis familiebijeenkomsten heeft gehad samen met zijn oudere broer Johan en zijn petekind Adrianus als zoon van de overledene.

Uit een briefwisseling blijkt dat de oudste zoon van de manufacturier Kees Kuijlaars zich een bijeenkomst thuis herinnert toen hij een jaar of 6/8 was. Een neef Janus kwam binnen in een deftig pak en hij werd in de mooie kamer ontvangen met een grote sigaar. Daar waren zijn vader en zijn oom Johan. Daarna is neef Janus nog een paar keer geweest.

Deze herinnering kan kloppen want in de tijd tussen 1904 en 1906 was er de begrafenis van Johannes Baptist, het overlijden van de weduwe Adriana Kuijlaars-Hermans en het huwelijk van de weduwe van Jan baptist met Leonardus als de jongste van het gezin. Deze bijeenkomsten bij C.F. Kuijlaars kunnen behalve als begrafenisbijeenkomst ook een uitvoeriger familieberaad geweest zijn met zijn broer J.C.Kuijlaars uit Tiel en zijn neef Adrianus uit Amsterdam. Er is nog niet gezocht in Breda naar een testament met regelingen over de drukkerij. Er kan ook sprake geweest zijn van verkoop van een pand. Op naam van C.F.Kuijlaars hebben we een overgebleven kaart gevonden van registratie van vastgoed. Hierop staan koop en verbouwing aan de Eindstraat, verkoop van het pand Tolbrugstraat 37 na de dood van zijn moeder, maar nog een derde pand dat wij indertijd nog niet konden herkennen. Het familieberaad van 1905 kan dus gaan over verdeling van een erfenis maar ook over een onderlinge afspraak over sanering en bijstand binnen de familie. Het belangrijkste zal de rol van Adrianus geweest zijn om de familieleden weer bij elkaar te krijgen. Dit laatste lijkt geslaagd bij de huwelijken na 1905.

In de bovengenoemde briefwisseling uit 1952 toont J.A.Kuijlaars uir Roermond verbazing bij een mededeling van Stephanus Kuijlaars dat zijn neef Adrianus nog een broer gehad kon hebben. Dit was in Breda binnen de familie van C.F. Kuijlaars niet bekend. Maar binnen diezelfde familie was ook bekend dat de koopman Kees Kuijlaars vond dat je veel moet luisteren maar niet veel moet praten over personen. Hij sprak nooit over de familie en zei alleen: er is veel armoede geweest en dan is het leven moeilijk. Toch moet hij als koopman een goede en gezellige gastheer geweest zijn.

Een citaat uit de brief van J.A.Kuijlaars te Roermond aan S.J.Kuijlaars te Amsterdam op 1 april 1952:

Waarde neef, mijn vader was Kees Kuijlaars uit Breda, een oom van uw vader; U zult deze naam wel eens hebben gehoord, want uw vader kwam nog wel eens bij hem, ook nadat uw vader naar Amsterdam was verhuisd. Ik herinner mij nog, dat ik als kleine jongen, waarschijnlijk was ik toen 6 a 8 jaar, uw vader bij ons thuis heb gezien. In mijn jonge jaren interesseerde het mij weinig hoe de familie in elkaar zit. Maar nu ik op jaren ben gekomen en door pensionering over meer tijd beschik, wil ik toch eigenlijk wel weten, hoe het in elkaar zit, en nu ik pogingen doe daarachter te komen, bemerk ik, hoe dom het is geweest, dat indertijd niet aan mijn vader te hebben gevraagd, want hij had mij waarschijnlijk zo voor de vuist weg kunnen vertellen, wat ik nu slechts met moeite en mogelijk helemaal niet, kan achterhalen  (......) Van uw vader weet ik alleen, dat hij Adrianus heette (wij spraken thuis over neef Janus); van uw broers en zusters heb ik alleen van uw oudste zuster Petronella volledige gegevens.

Op 9 april 1952 krijgt J.A. Kuijlaars als antwoord een brief met de geboortedata van kinderen van Adrianus, voor zover bekend bij de afzender.

J.A.Kuijlaars, 28 Februari 1967:

Waarde neef, (......) bijgevoegde stamboom. De gegevens over je ooms en tantes zijn circa 15 jaar oud. Mogelijk kunt ge ze aanvullen, en dat zal ik dan gaarne horen. Je grootvader zou nog een broer gehad hebben, maar daar heb ik geen gegevens over. Je grootvader herinner ik me nog wel; die kwam wel een enkele keer bij ons in Breda aan huis; maar over een broer van “neef Janus” heb ik destijds nooit gehoord. Waarschijnlijk boerde hij niet te best en wilde mijn vader daarom niet van hem weten. Een nichtje van mij, een dochter van Adri (gehuwd met Cosijn; zie stamboom) vertelde mij eens, dat aan de overdekte zweminrichting een fietsenbewaker kwam, die haar zeide familie van haar moeder te zijn; mogelijk was dat een afstammeling van bovenbedoelde onbekende broer van uw grootvader”.

Dit verslag steunt op beschikbare bronnen, maar het onderzoek is nog niet afgesloten. Bijdragen zijn dus nog van harte welkom!

Nawoord

Onze bronnen zijn openbare publicaties. Gelukkig voor de maatschappij kunnen privé collecties openbaar worden gemaakt door verjaring. Dus niet alleen archieven, kranten, tijdschriften en het Internet, maar ook brieven, grafstenen en vaak losse familieberichten kunnen helpen bij het zoeken wat er gebeurd is in het verleden.

De Haard van Jacobus staat open voor bijdragen van lezers. Op verzoek willen wij zelf ook toegezonden aanvullingen of andere wijzigingen verwerken in herziening van onze teksten. Alle reacties zijn welkom, stuur ze naar cees@kuijlaars.com.

 

Cees Kuijlaars, 29 maart 2002