|
|
|
De Haard van Jacobus
Deel 3: de haard van de visser Jan Kuijlaars en Maria Jansen Breda 1800 Tweede herziene versie 15 februari 2002 Lees nu ook de bijlage, die is bijgewerkt t/m april 2003. Voorwoord Dit
derde deel van de Haard van Jacobus gaat over de visser Johannes uit 1769. Er
is al eerder door de nakomelingen van de visser Jan Kuijlaars onderzoek gedaan
naar de herkomst van de familie. Zo zijn we in het bezit van een kopie van
correspondentie uit 1944 van mevr. M. Kuijlaars-Verhulst (uit de tak Jan
Kuijlaars) met het gemeentearchief van Breda. In 1952 heeft zij samen met J.
Kuijlaars uit Roermond
(uit de tak Jacobus Kuijlaars) overlegd wat ieder wist en hoe ze samen
verder konden zoeken. Het grootste probleem was de openbare functie van geheime
archieven. Alles moest gaan via ambtenaren, die toegang hadden tot de bronnen en
alleen akten mochten overschrijven of overtypen. Dit werk is altijd tamelijk
duur en je kunt zelf weinig richting geven aan onderzoek als je nog niet weet
wat je kunt verwachten. Nu de archieven grotendeels openbaar zijn geworden,
kunnen we zelf gaan onderzoeken. Maar ook nu weten we zelf nog niet altijd wat
we kunnen verwachten. In ons onderzoek wisten we bijna niets van voor 1900 en we
hebben daarom alles moeten opzoeken over alle personen Kuijlaars, inclusief
huwelijkspartners, hun voorouders en hun kinderen, om langs die weg het patroon
van familierelaties op te sporen De familienaam Kuijlaars komt zeker uit het Vlaamse taalgebied. We hebben ontdekt in Belgische doopboeken dat de naam daar al eeuwen lang zo in het gehoor ligt, dat ze gemakkelijk “goed” geschreven wordt (al zijn er wel variaties tussen diverse plaatsen) terwijl bij ons de klanken in de uitspraak en in de geschreven spelling veel lastiger zijn. We hebben in Nederland al minstens 4 familietakken ontdekt, die uit de streek Turnhout-Hasselt komen en die vóór 1800 over onze huidige grens met België gekomen zijn met eenzelfde Kempense spelling van de naam. De kans op onderlinge verwantschap lijkt dus groter en daarom denken we dat het onderzoek in België vlotter zal lopen als we voor die vier takken tegelijk op zoek gaan. Overigens is ons doel niet om zoveel mogelijk verwanten op te zoeken voor een lange stamboom. We willen gewoon een terugblik op onze voorouders, mannen en vrouwen en kinderen, om iets te weten hoe ze geleefd hebben. Ook bij deze aflevering is er weer een afstammingslijst. De afstammingslijst en het namenregister die bij dit deel afgedrukt waren zijn per 30 april 2003 gewijzigd door de nieuwe onderzoeksgegevens die beschreven zijn in de bijlage deel 3A. Voor het gehele deel 3 is er één alfabetisch register. 1. Het huwelijk De
trouwboeken van de Grote Kerk te Breda en van de RK Brugstraatkerk te Breda
vermelden op 5 september 1802 het huwelijk van Johannes Kuijlaars, gedoopt op 7
mei 1769, en Maria Jansen, geboren te Breda. Bij
de militaire volkstelling van mannen in 1812, het Registre Civique van de
Napoleontische tijd, geeft Jean Cuylaerts zichzelf op als visser van beroep. In
diezelfde telling heeft ook zijn vader zichzelf opgegeven, maar hij noemt zich
schipper, geboren in 1744. In
die tijd was dit beroep niet vreemd voor Breda. Zonder spoor en auto was de
scheepvaart het belangrijkste vervoermiddel voor ver en zwaar vervoer. Breda had
via de Mark een goede aansluiting op de Zeeuwse wateren en open zee maar ook
landinwaarts met België tot aan Turnhout toe als een groot achterland. De haven
was niet alleen voor overslag van goederen en tolrecht maar ook voor
vissersschepen. Voor
familieonderzoek maakt de scheepvaart het niet gemakkelijker, want schippers
kunnen van ver komen. Daardoor is het nu voor ons moeilijker om de herkomst van
de vader Johannes te ontdekken; als schipper kon hij overal vandaan komen. Zijn
zoon is in de buurt van Hasselt gedoopt, dus misschien kunnen we daar iets
vinden. De
doop van de oudste kinderen van visser Johannes is niet gevonden in het doopboek
van de RK Brugstraatkerk. Pas door de dood van de vader bleek het bestaan van de
twee oudste kinderen. In het schippersleven kan het zijn dat de eerste kinderen
ergens onderweg geboren en gedoopt zijn. De oudste zoon Johannes kan mogelijk
ook op naam van de moeder gedoopt zijn. Voor rondtrekkende schippers zijn er aparte archieven die wij nog niet konden bezoeken. Voor Breda is dit nog niet door ons onderzocht. Uit het beroep en woongedrag verwachten we dat de familie niet direct uit een dorp is gekomen, maar uit een schippersfamilie of uit de zelfstandige vaklieden in een groter dorp of stad. Kleine zelfstandige middenstand dus. De spreiding van de geboorten en weinig kindersterfte kan wijzen op een redelijk inkomen tot aan de dood van de vader. 2. Het gezinsleven In
1805 was het derde kind Cornelis bij de geboorte overleden,
maar de ouders hebben verder acht
gezonde kinderen voortgebracht, waarbij een tweeling als laatste. De grote klap
voor het gezin is een bedrijfsongeluk geweest op het water. Dit ongeval is in
het centrum van de aandacht gekomen door de verdrinking van de vader samen met
zoon Jacobus van 19 jaar op zondag 5 februari 1822 in de Haven van Breda. De
oudste zoon Johannes heeft het overlijden aangegeven voor de Burgerlijke Stand
van Breda. Een jaar later stierf Adrianus als jongetje van 7 jaar. De moeder
bleef toen achter met een oudste zoon van 23 jaar en 5 kinderen onder 16 jaar.
In de burgerlijke stand van Breda is hierna niets meer gevonden over het
gezinsleven van de vissersfamilie. Hoe dit gezin heeft voortgeleefd in Breda is
misschien wel ergens beschreven en binnen de familie was het in Breda goed
bekend of je van de visser kwam. Van
de kinderen zijn de drie te vroeg gestorven zonen al genoemd. Over de oudste
zoon Peter hebben wij na de dood van zijn vader niets meer gevonden. Van Pieter
weten we dat hij zonder vakopleiding loonwerk gedaan heeft en getrouwd is. De
gegevens over zijn huwelijk en een zoon zijn door een storing in onze computer
aangetast en moeten opnieuw nagetrokken worden. Van Machiel weten we alleen dat
hij 73 jaar is geworden en waarschijnlijk ongehuwd is gebleven. Van
de twee dochters is nog geen bericht aangetroffen over huwelijk of overlijden.
Er werden in die tijd veel huwelijken uitgesteld of zelfs afgehouden wegens
gebrek aan voldoende inkomen of huisvesting voor gezinsvestiging. Van dochter
Maria is de verdere levensloop onbekend. Van Henrica is bekend dat zij op
32-jarige leeftijd ongehuwde moeder is geworden, zij was werkster van beroep.
Waar ze met haar kindje Maria gewoond heeft en hun verdere levensloop is niet
bekend. Het
leven van de laatste zoon Henricus is het nieuwe begin geworden van een grote
Bredase familie Kuijlaars. Zie hieronder. We hebben nog gezocht naar de Bredase voorouders van Maria Jansen. Haar vermoedelijke doopakte is genoteerd, maar we weten nog niet genoeg. om zeker te zijn. De doopnamen van de kinderen en de keuze van de peetouders kunnen helpen om haar ouderlijk gezin terug te vinden in kerkelijke registers. Vorig jaar ging dat nog moeilijk via kaartenbakjes, maar nu is het gemeentearchief voldoende gevorderd dat op de computer sneller gezocht kan worden. Dit nieuwe onderzoek moet nog beginnen. Maria leefde op het adres B 449 te Breda, toen zij stierf in 1856 op 75-jarige leeftijd.
3. Henricus Kuijlaars, geboren te Breda op 31 december 1818, en de tapijtfabriek van Breda Henricus gaat op 1 mei 1848 voor het eerst zelfstandig naar het gemeentehuis, om te trouwen. Hij is nog altijd dagloner, arbeider, maar is al 30 jaar en durft het aan om een eigen gezin te beginnen. Zijn toekomstige vrouw is 25 jaar, dochter van een dagloner sjouwer, die vier jaar geleden zelf bij de burgerlijke stand de geboorte van een vaderloos kind van zijn dochter van 21 jaar had aangegeven. Bij het huwelijk spreekt vader Jan Dachard (ook Deggard geschreven) zijn dank uit dat Henk zijn dochter wil helpen voor een gelukkige toekomst. De
stamboom die hierboven is afgedrukt
kan een vertekend beeld geven van de werkelijkheid. Het zijn niet zomaar
14 kinderen in dat gezin. Kijk eens om de twee jaar naar wie er op dat moment om
de haard zitten en wat er in het laatste jaar gebeurd is. Het is net als bij elk
huwelijk, elke geboorte, wettig of onwettig, en elk overlijden in je eigen
familie: wie leven er na 2 jaar, na 4 jaar, telkens opnieuw en hoe moet ieder
verder leven naar een onbekende toekomst. We weten nu dat Henricus de familie
een toekomst heeft gegeven tot de dag van vandaag. Aan
de Haard van Henricus heeft dit huwelijk met Antonia Deggard 10 levensjaren en 7
geboorten geduurd, als de nog jonge moeder van 35 jaar sterft in 1858. In die
tijd heeft de vader
zich opgewerkt van dagloner tot vakman tapijtwerker en is hij een geziene
medewerker in het bedrijf geworden. Thuis heeft hij al drie kinderen naar het
kerkhof gedragen vanuit een kleine woning. Hij moet vaak verhuizen, wat een
teken kan zijn van slechte huisvesting of grote armoede. Zijn moeder is in 1856
overleden en zal zeker zorgen gehad hebben over haar kleinkinderen. Op
het werk zien de collega’s het gezinsdrama van een collega. Er wordt samen
gezocht naar hulp en een vriend haalt zijn eigen zuster over om met Henk te
trouwen; zij was jong weduwe geworden. Dit tweede huwelijk met Hannie van
Elewoud is kort, ze sterft binnen vijf maanden en laat de echtgenoot achter met
zijn vier kinderen uit haar eerste huwelijk. Er is
waarschijnlijk weer bij de collega’s op het werk gesproken om het moederloze
gezin te helpen. Voor een derde huwelijk
in 1859 wordt de vijf jaar jongere Johanna Gerritsen gevonden, die haar
vader 4 jaar geleden verloren had. Bij de huwelijkssluiting in het gemeentehuis
vraagt Cornelis van Elewout, vader van de zojuist overleden tweede echtgenote
Johanna, tegen
het einde van de plechtigheid plotseling verlof om een vraag te stellen. Hij
verzoekt aan de ambtenaar om de kosten van het burgerlijk huwelijk kwijt te
schelden wegens de behoeftige omstandigheden van de bruidegom welk verzoek wordt
aanvaard. Uit dit derde huwelijk zijn ook weer zeven kinderen geboren, waarvan
ook weer drie niet volwassen zijn geworden. Henricus is in 1908 op 80-jarige leeftijd overleden te Breda. Zijn jongste zoon was 29 jaar geleden geboren. Zijn eerste kind was al 62 jaar oud en zijn eerste kleinzoon Hendrikus de onderwijzer was toen 40 jaar. Gedurende zijn leven is Breda sterk veranderd. De Franse tijd van 1800 met alle gevolgen van de oorlog heeft ook in Breda grote invloed gehad op de bevolking. Vanaf 1850 groeit de nieuwe generatie op in sterk gewijzigde levensomstandigheden. Het volgende deel zal gaan over de Haard van Johannes Hendrikus Kuijlaars vanaf 1850. 4. Nawoord Dit
artikel steunt geheel op de inhoud van de akten van geboorte, doop, huwelijk en
overlijden. Bij het schrijven is veel gebruik gemaakt van het maken van
aantekeningen en dus kunnen er foutjes insluipen. Het onderzoek gaat nog door. Zowel de stamboomlijst als de toelichting is gewijzigd. Er zijn tips binnengekomen. We kunnen nu ook voor de oude kerkelijke registers gebruik maken van de computer van het archief en het komt ook voor dat we achteraf ontdekken dat iets over het hoofd is gezien. Het
Breda van 1800 kan ik mij moeilijk voorstellen. De stad was klein en erg op
elkaar gedrukt, je zou er niet gemakkelijk dwars doorheen kunnen joggen. In een
half uur kon je wel lopen van noord naar zuid, of van west naar oost. Spoor of
auto was er niet, maar op straat moest je wel om kruiwagens, handkarren,
paardenkarren en grote koetsen heen lopen. Door de Fransen waren de havens
afgesloten, dus er was veel verval, en waarschijnlijk was er veel afval op de
straten. Honderd
jaar later maakten wij als kind zelf mee dat de eerste passagiersvliegtuigen
kwamen en de eerste
verkeersbruggen voor wegvervoer bij Moerdijk en Dordrecht. Een reis naar Japan
als passagier op een vrachtboot duurde 3 maanden. Dit alles is al bijna 100 jaar
geleden, bijna onvoorstelbaar nu. In
dit familieonderzoek is het een grote winst dat onze voorouders en al hun broers
en neven en nichten een geboortedatum met naam krijgen. Maar hoe leefden ze?
De kruk in het museum kan de stoel van je overgrootmoeder Jans geweest
zijn en de bedstoof hield haar warm toen ze in verwachting was van je oudoom
Janus die later is verdronken in de haven toen hij 19 was. Wat ik mis in mijn
stamboom zijn de verhalen over Willem die zijn stem kon laten dreunen in het
koor, maar ook op straat bij een actie, en die altijd vrienden had om te
drinken. Hij was geweldig, maar voor de kinderen was het goed dat ze ook nog een
moeder hadden. Van
Bastiaansen kregen we een tip over de spelling van een vroeger dorp bij Breda.
Van Frishert
vonden we de stamboom op Internet. Wie wil thuis eens zoeken of ze iets weten
over de tapijtfabriek (de vader van de onderwijzer Hentrikus Kuijlaars heeft er
gewerkt), of over het bedrijf van de zeeftenmaker P.Kuijlaars met winkel aan de
Haagdijk B 322 in Breda? Schrijf
het ons, of stuur een e-mail. De tekst op Internet kan gewijzigd worden.
Stuur het naar: C.
Kuijlaars, Vijverlaan 482, 2925 VG Krimpen aan den IJssel e-mail:
cees@kuijlaars.com |